21 : WANNEER SERVEREN EN ONTVANGEN.

De serveerder mag niet serveren voordat de ontvanger klaar staat. De ontvanger moet zich echter aanpassen aan het redelijke tempo van de serveerder en moet klaar staan om te ontvangen binnen een redelijke tijd nadat de serveerder gereed is om te serveren. Een ontvanger die de service probeert terug te slaan, wordt geacht klaar te zijn. Als de ontvanger aangeeft dat hij niet klaar is, kan de service niet worden fout geteld.

22 : DE LET TIJDENS SERVICE.

De service is een let als:
a. De geserveerde bal het net, de nettrekband of de netband raakt, en overigens goed is; of als de bal na het net, de nettrekband of de netband geraakt te hebben, de ontvanger of de partner van de ontvanger raakt, dan wel iets dat zij dragen of vasthouden, voordat de bal de grond raakt;
b. De bal wordt geserveerd terwijl de ontvanger niet klaar is.

In het geval van een servicelet telt de desbetreffende service niet en moet de serveerder opnieuw serveren, maar een servicelet kan niet een vorige servicefout teniet doen.

23 : DE LET.

In alle gevallen waarin een let wordt afgeroepen, behalve wanneer een servicelet wordt afgeroepen bij een tweede service, moet het gehele punt worden overgespeeld.

Geval 1: Terwijl de bal in het spel is, rolt een andere bal de baan op. Er wordt een let afgeroepen. De serveerder had daarvoor een fout geserveerd. Mag de serveerder nu een eerste of tweede service slaan?
Beslissing: Een eerste service. Het hele punt moet worden overgespeeld.

24 : SPELER VERLIEST HET PUNT.

Het punt wordt verloren als:
a. De serveerder tweemaal achter elkaar een foutieve service slaat; of
b. De speler de in het spel zijnde bal niet terugslaat voordat deze tweemaal achter elkaar stuit; of
c. De speler de in het spel zijnde bal zo terugslaat dat deze de grond of een voorwerp buiten het speelveld raakt; of
d. De speler de in het spel zijnde bal zo terugslaat dat deze, voordat hij stuit, een vaste hindernis raakt; of
e. De speler de in het spel zijnde bal opzettelijk ‘draagt’ of op zijn racket opvangt of hem opzettelijk meer dan eens met zijn racket raakt; of
f. De speler of zijn racket, of hij het nu in zijn hand heeft of niet, of iets dat de speler draagt of vasthoudt op enig moment dat de bal in het spel is, het net raakt of de netpalen/enkelspelpaaltjes, het netkoord of de netkabel, de nettrekband of de netband, of het speelveld van de tegenstander; of
g. De speler de bal slaat voordat deze over het net is gegaan; of
h. De in het spel zijnde bal de speler raakt of iets dat de speler aan heeft of draagt, behalve zijn racket of;
i. De in het spel zijnde bal het racket raakt terwijl de speler het niet in zijn hand heeft; of
j. De speler opzettelijk en wezenlijk de vorm van het racket verandert terwijl de bal in het spel is; of
k. In een dubbelspel, beide spelers de bal bij het terugslaan raken.

Geval 1: Nadat de serveerder een eerste service heeft geslagen, valt het racket uit zijn hand en raakt het net voordat de bal heeft gestuit. Is dit een servicefout of verliest de serveerder het punt?
Beslissing: De serveerder verliest het punt omdat het racket het net raakt terwijl de bal in het spel is.

Geval 2: Nadat de serveerder een eerste service heeft geslagen, valt het racket uit zijn hand en raakt het net nadat de bal buiten het goede servicevak heeft gestuit. Is dit een servicefout of verliest de speler het punt?
Beslissing: Dit is een servicefout, omdat de bal, op het moment dat het racket het net raakte, niet meer in het spel was.

Geval 3: In een dubbelspelwedstrijd raakt de partner van de ontvanger het net voordat de geserveerde bal de grond buiten het goede servicevak raakt. Wat is de juiste beslissing?
Beslissing: Het ontvangende team verliest het punt omdat de partner van de ontvanger het net raakt terwijl de bal in het spel was.

Geval 4: Verliest een speler het punt als hij voorbij een denkbeeldige lijn in het verlengde van het net gaat, vóór of nadat hij de bal heeft geslagen?
Beslissing: De speler verliest in geen van beide gevallen het punt, voor zover hij niet de speelhelft van de tegenstander raakt.

Geval 5: Mag een speler, terwijl de bal in het spel is, over het net springen in de speelhelft van de tegenstander?
Beslissing: Nee. De speler verliest dan het punt.

Geval 6: Een speler gooit zijn racket naar de in het spel zijnde bal. Zowel het racket als de bal belanden in de speelhelft van de tegenstander en de tegenstander(s) kan/kunnen niet bij de bal komen. Welke speler wint het punt?
Beslissing: De speler die zijn racket naar de bal gooide verliest het punt.

Geval 7: Een bal die zojuist geserveerd is raakt de ontvanger of, in een dubbelspel, de partner van de ontvanger voordat hij de grond raakt. Welke speler wint het punt?
Beslissing: De serveerder wint het punt, tenzij het een servicelet is.

Geval 8: Een speler die buiten het speelveld staat, slaat de bal of vangt hem op voordat hij stuit en maakt aanspraak op het punt, omdat de bal ontegenzeggelijk ‘uit’ zou zijn gegaan.
Beslissing: De speler verliest het punt, tenzij het een goede terugslag is, in welk geval het spel doorgaat.

25 : EEN GOEDE TERUGSLAG.

Een terugslag is goed als:
a. De bal het net raakt of de netpalen/enkelspelpaaltjes, het netkoord of de metalen kabel, de nettrekband of de netband, vooropgesteld dat de bal erover heen gaat en de grond binnen de goede speelhelft raakt; behalve in gevallen zoals voorzien in Regel 2 en 24 d; of
b. De speler, nadat de in het spel zijnde bal de grond binnen de goede speelhelft heeft geraakt en weer over het net is teruggedraaid of teruggeblazen, over het net reikt en de bal in de goede speelhelft speelt, vooropgesteld dat de speler niet Regel 24 overtreedt; of
c. De bal buiten de netpalen om wordt teruggeslagen, onverschillig of dit boven of onder de nethoogte geschiedt, zelfs wanneer de bal een netpaal raakt, mits de bal de grond in de goede speelhelft raakt; behalve in gevallen zoals voorzien in Regel 2 en 24 d; of
d. De bal onder het netkoord tussen het enkelspelpaaltje en de naastbij gelegen netpaal gaat zonder het net, het netkoord of de netpaal te raken en de grond in de goede speelhelft raakt; of
e. Het racket van de speler over het net komt, nadat deze de bal aan zijn eigen kant van het net heeft geslagen en de bal in de goede speelhelft komt; of
f. De speler de in het spel zijnde bal slaat, die een andere in de goede speelhelft liggende bal raakt.

Geval 1: Een speler slaat een bal terug, die vervolgens een enkelspelpaaltje en dan de grond in de goede speelhelft raakt. Is dit een goede terugslag?
Beslissing: Ja. Raakt echter een geserveerde bal het enkelspelpaaltje, dan is het een servicefout.

Geval 2: Een bal die in het spel is raakt een andere bal die in de goede speelhelft ligt. Wat is de juiste beslissing?
Beslissing: Het spel gaat door. Als het echter niet duidelijk is dat de actueel in het spel zijnde bal is teruggeslagen, moet een let worden gegeven.

26 : HINDER.
Als een speler bij het spelen van het punt wordt gehinderd door een opzettelijke handeling van de tegenstander(s), dan wint de speler het punt. Het punt moet echter worden overgespeeld als een speler bij het spelen van een punt wordt gehinderd door ofwel een onopzettelijke handeling van de tegenstander(s) of door iets dat buiten de eigen controle van de speler valt (niet inbegrepen een vaste hindernis).

Geval 1: Is een onopzettelijk tweemaal geraakte bal te beschouwen als hinder?
Beslissing: Nee. Zie ook Regel 24 e.

Geval 2: Een speler reclameert dat hij opgehouden is met spelen omdat die speler dacht dat zijn tegenstander(s) gehinderd werd(en). Is dit hinder?
Beslissing: Nee. De speler verliest het punt.

Geval 3: Een in het spel zijnde bal raakt een vogel die over de baan vliegt. Is dit hinder?
Beslissing: Ja. Het punt moet worden overgespeeld.

Geval 4: Tijdens het spelen van een punt wordt de speler gehinderd door een bal of ander voorwerp die/dat aan zijn kant van het net lag toen het punt begon. Is dat hinder?
Beslissing: Nee.

Geval 5: Waar mogen in een dubbelspel de partner van de serveerder en de partner van de ontvanger staan?
Beslissing: De partner van de serveerder en de partner van de ontvanger mogen aan hun kant van het net overal staan, binnen of buiten het speelveld. Als een speler echter hinder voor de tegenstander(s) veroorzaakt, moet de hinderregel worden toegepast
27 : HERSTELLEN VAN FOUTEN.

Als principe geldt, dat wanneer een fout wordt ontdekt met betrekking tot de Tennisspelregels, alle daarvoor gespeelde punten geldig blijven. Fouten die op die wijze worden ontdekt, moeten als volgt worden gecorrigeerd :

a. Als een speler tijdens een standaardspel of een tiebreakspel, van de verkeerde kant van zijn speelhelft serveert, moet dit direct nadat de fout wordt ontdekt worden gecorrigeerd en de serveerder moet, overeenkomstig de stand, van de goede kant van zijn speelhelft serveren. Een (eerste) service die fout werd geserveerd voordat de fout werd ontdekt, blijft geldig.

b. Als spelers tijdens een standaardspel of een tiebreakspel aan de verkeerde kant van het speelveld staan, moet dit direct nadat de fout is ontdekt worden hersteld en moet de serveerder, overeenkomstig de stand, van de goede kant van het speelveld serveren.

c. Als een speler tijdens een standaardspel buiten zijn beurt serveert, moet de speler die oorspronkelijk moest serveren, direct nadat de vergissing is ontdekt, serveren. Is een spel bee
̈indigd voordat de vergissing wordt ontdekt, dan wordt het serveren in de gewijzigde volgorde voortgezet. Een foutieve eerste service van de tegenstander(s), gemaakt voordat de vergissing werd ontdekt, telt niet. In dit geval moet een ballenwissel die na een afgesproken aantal spellen dient plaats te vinden, één spel later plaatsvinden dan oorspronkelijk gepland. Als in een dubbelspel de partners van een team buiten hun beurt serveren, blijft een foutieve eerste service, gemaakt voordat de vergissing werd ontdekt, geldig.

d. Als een speler tijdens een tiebreakspel buiten zijn beurt serveert en de vergissing wordt ontdekt nadat er een even aantal punten is gespeeld, moet de vergissing direct worden gecorrigeerd. Als de fout wordt ontdekt nadat er een oneven aantal punten is gespeeld, moet de volgorde van serveren gewijzigd blijven. Een foutieve eerste service van de tegenstander(s), gemaakt voordat de vergissing werd ontdekt, telt niet. Als in een dubbelspel de partners van een team buiten hun beurt serveren, blijft een foutieve eerste service, gemaakt voordat de vergissing werd ontdekt, geldig.

e. Als er, in een dubbelspel, tijdens een standaardspel of tiebreakspel een vergissing wordt gemaakt bij de volgorde van ontvangen, moet deze verkeerde volgorde worden gehandhaafd tot het einde van het spel, waarin de vergissing werd ontdekt. Bij het volgende spel waarin zij in die set ontvanger zijn, moeten de partners dan weer in de oorspronkelijke volgorde ontvangen.

f. Als er bij vergissing bij 6 spellen gelijk een tiebreakspel is begonnen, terwijl vooraf was afgesproken dat er een ‘Voordeelset’ zou worden gespeeld, moet de vergissing onmiddellijk worden hersteld, indien er slechts één punt is gespeeld. Als de fout wordt ontdekt nadat het tweede punt is begonnen, moet de set doorgaan als een ‘Tiebreakset’.

g. Als er bij vergissing bij 6 spellen gelijk een standaardspel is begonnen, terwijl vooraf was afgesproken dat er een ‘Tiebreakset’ zou worden gespeeld, moet de vergissing onmiddellijk worden hersteld als er slechts één punt is gespeeld. Als de fout wordt ontdekt nadat het tweede punt is begonnen, moet de set doorgaan als een ‘Voordeelset’, totdat de stand van 8 spellen gelijk (of een hoger even aantal) is bereikt, in welk geval (alsnog) een tiebreakspel wordt gespeeld.

h. Als per vergissing een ‘Voordeelset’ of een ‘Tiebreakset’ is begonnen, terwijl vooraf was afgesproken dat de laatste set een beslissende wedstrijdtiebreak zou zijn, moet de vergissing onmiddellijk worden hersteld als er slechts één punt is gespeeld. Als de fout wordt ontdekt nadat het tweede punt is begonnen, moet de set doorgaan ofwel totdat er een speler of team drie spellen wint (en daarmee de set) of totdat de stand van twee spellen gelijk wordt bereikt, in welk geval een beslissende wedstrijdtiebreak moet worden gespeeld. Wordt de vergissing echter ontdekt nadat het vijfde spel is begonnen, dan moet de set doorgaan als een ‘Tiebreakset’ (zie Bijlage IV).

i. Als de ballen niet op het juiste moment zijn gewisseld, moet de vergissing worden hersteld wanneer de speler die/het team dat had moeten serveren met nieuwe ballen wederom aan de beurt is om bij een nieuw spel te serveren. Daarna moeten de ballen zo worden gewisseld, dat het aantal spellen tussen de wisselingen het oorspronkelijk overeengekomene is. Ballen mogen niet tijdens een spel worden gewisseld.

28 : DE TAAK VAN OFFICIALS OP DE BAAN.

De taken en verantwoordelijkheden van officials die bij wedstrijden zijn aangewezen staan in Bijlage V (niet gepubliceerd op deze website).

29 : ONONDERBROKENSPEL.

In principe moet er zonder onderbreking worden gespeeld, vanaf het ogenblik dat de wedstrijd begint (zodra de eerste service van de wedstrijd wordt geslagen) totdat de wedstrijd is afgelopen.

a. Tussen (twee) punten is een maximum van twintig (20) seconden toegestaan. Wanneer de spelers aan het eind van een spel van speelhelft wisselen, is een maximum van negentig (90) seconden toegestaan.
20 Echter, na het eerste spel van elke set en tijdens een tiebreakspel, moet zonder onderbreking worden doorgespeeld en moeten de spelers zonder rustperiode van speelhelft wisselen. Aan het eind van een set is er een setpauze van maximaal honderd twintig (120) seconden. De maximum tijd loopt vanaf het moment dat een punt is gee
̈indigd totdat de eerste service voor het volgende punt is geslagen. Organisatoren van professionele circuits mogen de ITF goedkeuring vragen om de negentig (90) seconden te verlengen die zijn toegestaan wanneer de spelers aan het einde van een spel van speelhelft wisselen en de honderdtwintig (120) seconden die zijn toegestaan bij een setpauze.

b. Als, door omstandigheden buiten de macht van de speler, kleding, schoeisel of noodzakelijke uitrusting (het racket uitgezonderd) in het ongerede raakt of verwisseld moet worden, mag aan de speler redelijke extra tijd worden toegestaan om het probleem te verhelpen.

c. Er mag aan een speler geen extra tijd worden gegeven om weer op krachten te komen. Aan een speler die last heeft van een behandelbare medische kwaal, mag echter één medische onderbreking van drie minuten worden toegestaan voor behandeling van die medische kwaal. Er mag ook een beperkt aantal sanitaire/kleding -onderbrekingen worden toegestaan, als dit vóór het evenement is aangekondigd.

d. Organisatoren van evenementen mogen een rustperiode van maximaal tien (10) minuten toestaan, indien dit vóór het evenement is aangekondigd. Deze rustperiode kan worden opgenomen na de 3e set in een partij om 3 gewonnen sets, of na de 2e set in een partij om 2 gewonnen sets.

e. De inspeeltijd mag maximaal vijf (5) minuten duren, tenzij de organisatoren van het evenement anders hebben beslist.

30 : COACHEN.
Onder coachen wordt verstaan communicatie, advies of aanwijzing van enigerlei aard, hoorbaar of zichtbaar, aan een speler. Bij teamevenementen, waar een teamcaptain op de baan zit, mag de teamcaptain de speler(s) tijdens een setpauze coachen of wanneer de spelers aan het eind van een spel van speelhelft wisselen, echter niet wanneer de spelers na het eerste spel van een set van speelhelft wisselen en niet tijdens een tiebreakspel. Bij alle andere wedstrijden is coachen niet toegestaan. Geval 1: Mag een speler gecoacht worden als dit gebeurt door discreet gegeven tekens? Beslissing: Nee. Geval 2: Mag een speler gecoacht worden wanneer het spel wordt onderbroken? Beslissing: Ja.
31 : ALTERNATIEVE TELMETHODEN.

TELLING IN EEN SPEL

Beslissend Punt Systeem. Deze afwijkende telmethode mag worden gebruikt.
Een standaardspel wordt als volgt geteld:
Geen punt - nul
Eerste punt - 15
Tweede punt - 30
Derde punt - 40
Vierde punt - spel

Hierbij worden de punten van de serveerder als eerste genoemd. Indien beide spelers/teams elk drie punten hebben gewonnen, is de stand ‘Gelijk’ en moet er een beslissend punt worden gespeeld. De ontvanger(s) kiest/kiezen om de service van de rechter- of van de linkerkant van hun speelhelft te ontvangen.

In een dubbelspel mogen de spelers van het ontvangende team niet van plaats wisselen bij het ontvangen van het beslissend punt. De speler die/het team dat het beslissend punt wint, wint het ‘Spel’.
In een gemend dubbelspel moet de speler van hetzelfde geslacht als de serveerder het beslissend punt ontvangen. De spelers van het ontvangende team mogen niet van plaats wisselen bij het ontvangen van het beslissend punt.

TELLING IN EEN SET

1. ‘Korte’ sets.
De eerste speler die/het eerste team dat vier spellen wint, wint de set, vooropgesteld dat er een marge is van twee spellen of meer t.o.v. de tegenstander(s). Indien de stand vier gelijk wordt bereikt moet een tiebreak worden gespeeld.

2. Beslissende wedstrijdtiebreak (7 punten)
Wanneer in een wedstrijd de stand één set gelijk is, of twee sets gelijk in een wedstrijd om drie gewonnen sets, wordt er een tiebreakspel gespeeld om de wedstrijd te beslissen.
Dit tiebreakspel vervangt de beslissende laatste set. De speler die/het team dat het eerst zeven punten wint, wint deze wedstrijdtiebreak én de wedstrijd, vooropgesteld dat er een verschil van tenminste twee punten ten opzichte van de tegenstander(s) is.

3. Beslissende wedstrijdtiebreak (10 punten)
Wanneer in een wedstrijd de stand één set gelijk is, of twee sets gelijk in een wedstrijd om drie gewonnen sets, wordt er een tiebreakspel gespeeld om de wedstrijd te beslissen. Dit tiebreakspel vervangt de beslissende laatste set. De speler die/het team dat het eerst tien punten wint, wint deze wedstrijdtiebreak én de wedstrijd, vooropgesteld dat er een verschil van tenminste twee punten t.o.v. de tegenstander(s) is.

Noot: Wanneer de beslissende wedstrijdtiebreak wordt gebruikt in plaats van de beslissende set:
• Blijft de oorspronkelijke servicevolgorde gehandhaafd (Regels 5 en 14).
• Mag, in een dubbelspel, de volgorde van serveren of ontvangen binnen een team worden veranderd, zoals in het begin van elke set (Regels 14 en 15).
• Is er, voor het begin van de beslissende wedstrijdtiebreak, een setpauze van 120 seconden.
• Mogen de ballen voor het begin van de beslissende wedstrijdtiebreak niet worden gewisseld, zelfs niet als een ballenwissel aan de orde is.