De gewone tennisspelregels zoals de puntentelling, netfouten en voetfouten zijn waarschijnlijk wel bij je bekend. Misschien ben je zelfs wel op de hoogte van de verplichte afmetingen van de baan en de hoogte van het net. Maar wist je dat je (soms) een bal aan de andere kant van het net mag slaan? Als een bal stuit aan jouw kant van het net en zoveel effect heeft dat hij direct weer ‘terugschiet’ naar de andere kant van het net, is dat de enige keer dat u over het net mag reiken om te proberen de bal te slaan.
Alle regels kunt je nalezen in onderstaande documenten. 
01 : SPEELVELD.

Het speelveld moet een rechthoek zijn, 23,77 m (78 voet) lang en voor enkelspelwedstrijden 8,23 m (27 voet) breed. Voor dubbelspelwedstrijden moet het speelveld 10,97 m (36 voet) breed zijn.
Het speelveld moet dwars over het midden worden gescheiden door een net dat aan een koord of metalen kabel hangt, die op een hoogte van 1,07 m (3,5 voet) over twee netpalen loopt of daaraan bevestigd is.
Het net moet volledig worden gespannen en wel zo dat het helemaal de ruimte vult tussen de twee netpalen, en het moet voldoende fijnmazig zijn om er zeker van te zijn dat een bal er niet doorheen kan gaan.
De hoogte van het net moet in het midden 0,914 m (3 voet) zijn, waar het net strak moet worden neergetrokken door een trekband. Een band moet het koord of de metalen kabel en de bovenkant van het net bedekken. De trekband en de band moeten geheel wit zijn.

• Het netkoord of de metalen kabel moet een diameter van ten hoogste 0,8 cm (1/3 inch) hebben.
• De nettrekband moet een breedte van ten hoogste 5 cm (2 inch) hebben.
• De netband moet aan elke kant tussen de 5 cm (2 inch) en 6,35 cm (2,5 inch) breed zijn.

Voor dubbelspelwedstrijden moeten de netpalen aan elke kant met hun hartlijn 0,914 m (3 voet) buiten het dubbelspelspeelveld staan. Voor enkelspelwedstrijden moeten de hartlijnen van de netpalen, indien een enkelspelnet wordt gebruikt, aan elke kant 0,914 m (3 voet) buiten het enkelspelspeelveld staan. Indien een dubbelspelnet wordt gebruikt, moet het net op een hoogte van 1.07 m (3,5 voet) worden ondersteund door twee enkelspelpaaltjes, waarvan de hartlijnen aan elke kant op 0, 914 m (3 voet) buiten het enkelspelspeelveld staan.

• De netpalen mogen niet meer dan 15 cm (6 inch) in het vierkant zijn of 15 cm (6 inch) in diameter.
• De enkelspelpaaltjes mogen niet meer dan 7,5 cm (3 inch) in het vierkant zijn of 7,5 cm (3 inch) in diameter.
• De netpalen en enkelspelpaaltjes mogen niet meer dan 2,5 cm (1 inch) boven de bovenkant van het netkoord uitsteken.

De lijnen aan de achterkant van het speelveld worden achterlijnen genoemd en de lijnen aan de zijkant van het speelveld worden zijlijnen genoemd. Er moeten twee lijnen tussen de enkelspelzijlijnen worden getrokken, op 6.40 m (21 voet) van elke kant van het net, evenwijdig aan het net. Deze lijnen worden de servicelijnen genoemd. Aan elke kant van het net moet de ruimte tussen de servicelijn en het net door de midden- servicelijn worden verdeeld in twee gelijke delen, de servicevakken.

De midden-servicelijn moet evenwijdig aan de enkelspelzijlijnen worden getrokken, halverwege tussen deze in. Elke achterlijn moet in tweee
̈n worden gedeeld door een middenmerk, 10 cm (4 inch) lang, dat binnen het speelveld moet worden getrokken, evenwijdig aan de enkelspelzijlijnen.

02 : VASTE HINDERNIS.

Tot de vaste hindernissen van de baan behoren de vaste obstakels achter en naast de baan, de toeschouwers, de tribunes en zitplaatsen voor toeschouwers, alle andere vaste obstakels rond en boven de baan, de stoelscheidsrechter, lijnrechters, netrechter en ballenrapers, voor zover zij zich op hun juiste plaats bevinden. In een enkelspelwedstrijd gespeeld met een dubbelspelnet en enkelspelpaaltjes, zijn de netpalen en het deel van het net buiten de enkelspelpaaltjes vaste hindernissen en worden deze niet beschouwd als netpalen of deel van het net. 

03 : DE BAL

Om goedgekeurd te kunnen worden voor het spel volgens de Tennisspelregels moeten ballen voldoen aan de specificaties in Bijlage 1. De Internationale Tennis Federatie beslist over de vraag of een bal of prototype aan de specificaties in Bijlage I voldoet of anderszins al of niet wordt goedgekeurd om er mee te spelen. Dergelijke beslissingen kunnen op haar eigen initiatief worden genomen of op aanvraag van elke bonafide belanghebbende, daaronder begrepen elke speler, fabrikant van tennisartikelen, Nationale Bond of leden daarvan. Dergelijke beslissingen en aanvragen moeten worden genomen c.q. gedaan in overeenstemming met de van toepassing zijnde “Procedures voor herziening van en uitspraken over de Tennisspelregels” van de Internationale Tennis Federatie (zie Bijlage VII).

De organisatoren van een evenement moeten van tevoren aankondigen: a. het aantal ballen waarmee gespeeld wordt (2, 3, 4 of 6) b. of, en zo ja wanneer de ballen gewisseld worden.

Indien er ballen gewisseld worden, kan dat ofwel:
i Na een overeengekomen oneven aantal spellen, in welk geval de eerste ballenwissel in de wedstrijd, rekening houdend met het inspelen, twee spellen eerder plaats zal vinden dan in het vervolg van de wedstrijd. Een tiebreakspel telt voor het ballen wisselen voor één spel. Een ballenwissel mag niet plaatsvinden aan het begin van een tiebreakspel. In dit geval moet de ballenwissel worden uitgesteld tot het begin van het tweede spel van de volgende set.
ii. Aan het begin van een set.

Wanneer een bal tijdens het spel kapot gaat, moet het punt worden overgespeeld.

Geval 1: Moet het punt worden overgespeeld als een bal aan het eind van een punt zacht is?
Beslissing: Als de bal zacht is, niet kapot, wordt het punt niet overgespeeld.


Noot: Elke bal, die gebruikt gaat worden in een toernooi dat volgens de Tennisspelregels wordt gespeeld, moet vermeld staan op de officie
̈le door de ITF uitgegeven lijst van goedgekeurde ballen. 

04 :HET RACKET.

Om goedgekeurd te kunnen worden voor het spelen volgens de Tennisspelregels, moeten rackets voldoen aan de specificaties in Bijlage II. De Internationale Tennis Federatie beslist over de vraag of een racket of prototype aan de specificaties in Bijlage II voldoet of anderszins al of niet wordt goedgekeurd om er mee te spelen. Dergelijke beslissingen kunnen op haar eigen initiatief worden genomen of op aanvraag van elke bonafide belanghebbende, daaronder begrepen elke speler, fabrikant van tennisartikelen, Nationale Bond of leden daarvan. Dergelijke beslissingen en aanvragen moeten worden genomen c.q. gedaan in overeenstemming met de van toepassing zijnde “Procedures voor herziening van en uitspraken over de Tennisspelregels” van de Internationale Tennis Federatie (zie Bijlage VI).

Geval 1: Is meer dan één stel snaren toegestaan op het slagoppervlak van een racket?
Beslissing: Nee. De regel spreekt over een patroon (niet patronen) van gekruiste snaren.(Zie Bijlage II)

Geval 2: Wordt het patroon van besnaren van een racket als ‘zoveel mogelijk gelijkvormig en plat’ beschouwd als de snaren zich in meer dan één vlak bevinden?
Beslissing: Nee.

Geval 3: Mogen trillingsdempers worden aangebracht op de snaren van het racket en zo ja, waar mogen deze dan worden aangebracht?
Beslissing: Ja, maar deze dempers mogen uitsluitend worden aangebracht buiten het patroon van gekruiste snaren.

Geval 4: Tijdens het spel breekt een speler per ongeluk de snaren van zijn racket. Mag de speler nog een punt spelen met dit racket?
Beslissing: Ja, behalve daar waar dit uitdrukkelijk door organisatoren van evenementen is verboden.

Geval 5: Is het een speler toegestaan op enig moment tijdens het spel meer dan één racket te gebruiken?
Beslissing: Nee.

Geval 6: Mag een batterij die de speelkarakteristieken bei
̈nvloedt in het racket worden ingebouwd?
Beslissing: Nee. Een batterij is verboden omdat het een energiebron is, net zoals zonnecellen en andere soortgelijke middelen.
 

05 : TELLING VAN EEN SET.

Er zijn verschillende telmethoden in een set. De twee hoofdmethoden zijn de ‘Voordeelset’ en de ‘Tiebreakset’. Elk van beide methoden mag worden gebruikt, vooropgesteld dat de te gebruiken methode vóór het begin van het evenement wordt aangekondigd. Indien de Tiebreakset- methode wordt gebruikt, moet ook worden aangekondigd of de beslissende set als een Tiebreakset of als een Voordeelset zal worden gespeeld.

a. ‘Voordeelset’
De speler die/het team dat het eerst zes spellen wint, wint die set, vooropgesteld dat er een verschil van tenminste twee spellen is ten opzichte van de tegenstander(s). Indien noodzakelijk moet de set doorgaan totdat dit verschil is bereikt.

b. ‘Tiebreakset’
De speler die/het team dat het eerst zes spellen wint, wint de set, vooropgesteld dat er een verschil van tenminste twee spellen is ten opzichte van de tegenstander(s). Wordt de stand van zes spellen gelijk bereikt, dan moet er een tiebreakspel worden gespeeld. Aanvullende goedgekeurde alternatieve telmethoden staan in Bijlage IV.
 

06 : TELLING VAN HET SPEL.

a. Standaardspel
Een standaardspel wordt als volgt geteld, waarbij de punten van de serveerder als eerste worden genoemd:

Geen punt - ‘Nul’
Eerste punt - ‘15’
Tweede punt - ‘30’
Derde punt - ‘40’
Vierde punt - ‘Spel’

behalve dat, indien beide spelers/teams drie punten gewonnen hebben, de telling ‘gelijk’ is. Na ‘gelijk’ is de telling ‘voordeel’ voor de speler die/het team dat het volgende punt wint. Indien dezelfde speler/hetzelfde team ook het volgende punt wint, wint die speler/dat team het spel; indien de tegenspelende speler/het tegenspelende team het volgende punt wint, is de stand weer ‘gelijk’. Een speler/team heeft twee achtereenvolgende punten, onmiddellijk na ‘gelijk’, nodig om het spel te winnen.

b. Tiebreakspel
Tijdens een tiebreakspel worden de punten geteld als ‘nul’, ‘één’, ‘twee’, ‘drie’ enz. De eerste speler die /het eerste team dat zeven punten wint, wint het spel en de set, vooropgesteld dat er een verschil van tenminste twee punten is met de tegenstander(s). Indien noodzakelijk moet de tiebreak worden voortgezet tot dit verschil is bereikt. De speler wiens beurt het is om te serveren moet het eerste punt van het tiebreakspel serveren. De volgende twee punten moeten door de tegenstander(s) worden geserveerd (in dubbelspelen door de speler van het tegenspelende team die aan de beurt is om te serveren). Hierna moet elke speler/elk team beurtelings twee achtereenvolgende punten serveren tot het eind van het tiebreakspel (in dubbelspelen moet binnen elk team dezelfde servicevolgorde worden aangehouden als gedurende die set). De speler die/het team dat aan de beurt was om als eerste te serveren in het tiebreakspel, wordt ontvanger in het eerste spel van de volgende set. Aanvullende goedgekeurde telmethoden staan in Bijlage IV.

07 : TELLING VAN EEN WEDSTRIJD.

Een wedstrijd kan worden gespeeld om 2 gewonnen sets (een speler/team heeft 2 gewonnen sets nodig om de wedstrijd te winnen) of om 3 gewonnen sets (een speler /team heeft 3 gewonnen sets nodig om de wedstrijd te winnen). Aanvullende goedgekeurde alternatieve telmethoden staan in Bijlage IV.

08 : SERVEERDER EN ONTVANGEN.

De spelers staan ieder aan één kant van het net. De speler die het eerste de bal slaat, heet “serveerder”; zijn tegenstander is de “ontvanger”.
De ontvanger mag staan waar hij wil, zowel binnen als buiten de baan, mits hij zich maar aan zijn eigen kant van het net bevindt. De serveerder dient bij het nemen van de service (opslag) met beide voeten stil te staan achter de achterlijn en wel tussen de (denkbeeldig) doorgetrokken zijlijn (van het enkelveld; dus niet achter de “tramrails”) en middenmerk van de tennisbaan.
In het dubbelspel mag de serveerder wél achter de tramrail serveren, maar binnen de denkbeeldig doorgetrokken (dubbelspel)zijlijn.
In het dubbelspel mag de partner van de serveerder ook gaan staan waar hij wil (mits op zijn eigen speelhelft). Hij mag daarbij zelfs het zicht van de ontvanger belemmeren. Raakt de serveerder evenwel zijn eigen partner, dan is sprake van een foutieve service.

De serveerder dient de bal op te gooien, waarbij de richting niet van belang is, en deze te slaan voordat de bal de grond raakt. Eerst nadat de bal het racket heeft geraakt, mag de serveerder met een voet de achterlijn of (de rest van) het speelveld betreden.
De service moet in het servicevlak (diagonaal net over het net) op de speelhelft van de ontvanger worden geslagen, zonder daarbij het net te raken.
De eerste service wordt vanaf de rechterkant van het speelveld van de serveerder geslagen, de volgende vanaf de linkerkant, enz.. De service bestaat maximaal uit 2 pogingen; is de eerste service fout, mag de serveerder het nog een tweede maal vanaf dezelfde kant proberen.
De service mag niet plaatsvinden als de ontvanger nog niet klaar staat. Slaat de ontvanger desalniettemin de bal terug of doet hij daartoe een poging. Wordt hij geacht wél klaar te zijn geweest.
Nadat het spel is gespeeld (de “game” is behaald), wordt de ontvanger serveerder en andersom.
In het dubbelspel moet het koppel dat met de service begint onderling uitmaken welke speler/speelster het eerste serveert. De tegenstander beslist ter zake van de service eerst wanneer zij zelf aan de beurt zijn om te serveren.
Zij dienen wel te beslissen wie van beide de service als eerste zal ontvangen. Die opstelling blijft vervolgens gedurende de gehele set bestaan.
Bij de volgende servicebeurt (de 3e service in de game) serveert de partner van degene die de eerste service heeft geslagen; in de 4e game serveert de partner van de tweede serveerder, enzovoorts. Na afloop van een set in het dubbelspel kan een koppel beslissen de onderlinge serveervolgorde te wijzigen. Ook de ontvangers kunnen de onderlinge opstelling eerst op dat moment wijzigen. Staan de ontvangers in het dubbelspel verkeerd, moeten zij in die verkeerde opstelling de gehele game uitspelen. In de volgende (ontvang)game moeten zij de juiste positie weer innemen.

Bij een onjuiste wisseling van service blijven alle reeds gespeelde punten geldig tot het moment waarop men de fout ontdekt. Op dat moment dient men de juiste volgorde in te nemen. Indien een game is beëindigd voordat de vergissing is ontdekt, wordt het serveren in de gewijzigde volgorde voortgezet.

Een enkele foutieve service, geslagen voordat men bewust werd van de verkeerde positie, wordt niet geteld; in dat geval wordt tweemaal vanaf de juiste positie geserveerd.

De geserveerde bal moet over het net gaan en de grond raken in het servicevak, dat diagonaal tegenover de serveerder ligt, of een lijn, die dit service-vak begrenst, voordat de ontvanger de bal terugslaat. De ontvanger mag de bal niet retourneren alvorens deze de grond heeft geraakt.
Een service die de scheidsrechtersstoel raakt, het enkelspelpaaltje, de netpaal of dat gedeelte van het net of de netband, dat zich daartussen bevindt, is een foutieve service; genoemde onderdelen van het veld zijn namelijk “vaste hindernissen”.

TWEEDE SERVICE
Na een fout (indien dit althans niet de eerste servicefout is), moet de serveerder opnieuw serveren vanachter dezelfde kant van zijn speelhelft van waar hij die foute service serveerde.
De serveerder mag niet serveren, voordat de ontvanger klaar is. Indien de laatste de service probeert terug te slaan, wordt verondersteld dat hij klaar stond, zelfs al raakt de ontvanger de bal niet.
Een ontvanger mag niet eerst een service “fout” betitelen omdat de bal niet in het goede vak de grond raakt, als hij net daarvoor heeft aangegeven nog niet klaar te staan.
De ontvanger van een service mag staan waar hij wil, mits maar op zijn eigen speelhelft.
Slaat de serveerder tegen zijn eigen partner aan, is de service fout. Raakt hij echter de partner van de ontvanger, dan is het punt voor de serveerder. Dat laatste is ook het geval als de verkeerde ontvanger retourneert.
De service is fout indien:

  • de serveerder een voetfout maakt (hij staat niet vrijwel stil of betreedt het speelveld (= ook de achterlijn) voordat de bal het racket raakt)
  • hij de bal na de opslag mist (maar wel een zwaai maakt naar de bal met zijn racket)
  • de bal in het net belandt;
  • de bal een andere vaste hindernis *) (dan het net/netband) raakt voordat deze al dan niet in het servicevak belandt;
  • de bal niet de grond in het servicevak van de ontvanger raakt, tenzij de ontvanger (of bij het dubbelspel: zijn partner) de bal, mits deze niet via het net is gespeeld, heeft geraakt, al dan niet met zijn racket, ongeacht of die bal nu wel of niet in het servicevak terecht had gekomen. in het dubbelspel:
  • indien de serveerder zijn partner raakt.

*) het net, de netpaal, de enkelspelpaaltjes, het netkoord, de netkabel, netband, nettrekband, scheidsrechter(stoel),
lijnrechter, ballenjongen, tribune, toeschouwers, het net of  hek achter of langs de tennisbaan, etc.

  • De bal is in het spel, zodra de service op juiste wijze heeft plaatsgevonden.
  • De bal blijft in het spel totdat het punt is gemaakt.
  • Indien de ontvanger de bal retourneert, kan hij later niet meer een foute service claimen, tenzij het retourneren in een reflex plaatsvond of tegelijkertijd bij het “fout” roepen.

LET (het overnieuw spelen van het punt)
Een “let” is een onderbreking van het spel door een bijzondere gebeurtenis, waardoor het punt als niet gespeeld wordt beschouwd en de spelers weer verder gaan met de laatst bereikte stand.
Heeft de serveerder dus al één foutieve service geslagen voordat de let wordt gegeven, mag hij die foutieve service dus “vergeten” en kan hij weer maximaal twee nieuwe servicepogingen wagen.

09 : SPEELVELD.

De keuze van de speelhelft en het recht om in het eerste spel serveerder of ontvanger te zijn, moet door tossen worden beslist voordat het inspelen begint. De speler die /het team dat de toss wint mag kiezen:

a. In het eerste spel van de wedstrijd serveerder of ontvanger te zijn, in welk geval de tegenstander(s) de kant van het speelveld moet(en) kiezen voor het eerste spel van de wedstrijd, of
b. De kant van het speelveld voor het eerste spel in de wedstrijd, in welk geval de tegenstander(s) moet(en) kiezen om in het eerste spel van de wedstrijd serveerder of ontvanger te zijn, of
c. Te verlangen dat de tegenstander(s) één van de bovengenoemde keuzes maakt/maken.

Geval 1: Hebben beide spelers/teams het recht op een nieuwe keuze indien het inspelen wordt gestopt en de spelers de baan verlaten?
Beslissing: Ja. De uitslag van de oorspronkelijke toss blijft geldig, maar beide spelers/teams mogen een nieuwe keuze maken.

10 : WISSELING VAN SPEELHELFT.

De spelers moeten van speelhelft wisselen na het eerste, derde en elk volgende oneven spel van elke set. De spelers moeten ook aan het eind van elke set van speelhelft wisselen, tenzij het totale aantal spellen van die set even is, in welk geval de spelers aan het eind van het eerste spel van de volgende set van speelhelft wisselen.

Tijdens een tiebreakspel moeten de spelers na elke zes punten van speelhelft wisselen.

11 : BAL IN HET SPEL.

Tenzij een fout of let wordt afgeroepen, is de bal in het spel vanaf het moment dat de serveerder de bal raakt en blijft de bal in het spel totdat het punt is beslist.

12 : BAL RAAKT DE LIJN.

Als een bal een lijn raakt, wordt dit beschouwd als het raken van het speelveld dat door die lijn wordt begrensd.

13 : DE BAL RAAKT VASTE HINDERNIS.

Als de bal in het spel een vaste hindernis raakt nadat hij de juiste speelhelft heeft geraakt, wint de speler die de bal sloeg het punt. Als de bal in het spel een vaste hindernis raakt, voordat hij de grond raakt, verliest de speler die de bal sloeg het punt.

14 : VOLGORDE BIJ SERVEREN.

Aan het eind van elk standaard spel wordt de ontvanger serveerder en de serveerder ontvanger voor het volgende spel.

In een dubbelspel moet het team dat in het eerste spel van een set moet serveren beslissen welke speler in dat spel zal serveren. Op dezelfde wijze moeten de tegenstanders, vóór het begin van het tweede spel, bepalen welke speler in dat spel zal serveren. De partner van de speler die in het eerste spel serveerde, moet in het derde spel serveren en de partner van de speler die in het tweede spel serveerde, moet in het vierde spel serveren. Deze volgorde moet tot het eind van de set worden aangehouden

15 : VOLGORDE VAN ONTVANGEN IN HET DUBBELSPEL.

Het team dat in het eerste spel van een set moet ontvangen, moet beslissen welke speler het eerste punt in het spel zal ontvangen. Op dezelfde wijze moeten hun tegenstanders, vóór het tweede spel begint, beslissen welke speler het eerste punt van dat spel zal ontvangen. De speler die de partner van de ontvanger van het eerste punt van het spel was, moet het tweede punt ontvangen en deze volgorde moet tot het eind van de set worden aangehouden. Nadat de ontvanger de bal heeft teruggeslagen, mag elke speler in een team de bal slaan.

Geval 1: Is het toegestaan dat een lid van een dubbelteam in zijn eentje tegen de tegenstanders speelt?
Beslissing: Nee.

16 : DE SERVICE.

Onmiddellijk voordat de serveerder de servicebeweging begint, moet hij met beide benen stilstaan achter (dit is verder van het net dan) de achterlijn en tussen de denkbeeldige verlengingen van het middenmerk en de zijlijn.

De serveerder moet dan de bal met zijn hand in een willekeurige richting loslaten en de bal met het racket raken voordat de bal de grond raakt. De servicebeweging is voltooid op het moment dat het racket van de speler de bal raakt of mist. Een speler die slechts één arm kan gebruiken mag het racket gebruiken om de bal los te laten.

17 : HET SERVEREN.

Bij het serveren in een standaardspel moet de serveerder afwisselend achter één van de kanten van zijn speelhelft staan, in elk spel te beginnen van de rechterkant van zijn speelhelft.
In een tiebreakspel moet de service afwisselend van achter één van beide kanten van de speelhelft worden geslagen, waarbij voor het eerste punt moet worden geserveerd van de rechterkant van de
speelhelft. De geserveerde bal moet over het net gaan en het servicevak dat diagonaal er tegenover ligt raken, voordat de ontvanger hem terugslaat.

18 : VOETFOUT.

Tijdens de servicebeweging mag de serveerder niet:
a. Zijn stand veranderen door een loopbeweging, hoewel geringe bewegingen van de voeten zijn toegestaan; of
b. Met een voet de achterlijn of het speelveld raken; of
c. Met een voet het gebied buiten de denkbeeldige verlenging van de zijlijn raken; of
d. Met een voet de denkbeeldige verlenging van het middenmerk raken.

Als de serveerder deze regel overtreedt is het een ‘Voetfout’.

Geval 1: Mag de serveerder in een enkelspel vanachter het deel van de achterlijn tussen de enkelspelzijlijn en de dubbelspelzijlijn serveren?
Beslissing: Nee.

Geval 2: Is het de serveerder toegestaan één of beide voeten van de grond af te hebben?
Beslissing: Ja.

19 : FOUTIEVE SERVICE.

De service is fout als:
a. De serveerder de regels 16, 17 of 18 overtreedt; of
b. De serveerder de bal mist terwijl hij deze tracht te slaan; of
c. De geserveerde bal een vaste hindernis, een enkelspelpaaltje of een netpaal raakt voordat hij de grond raakt; of
d. De geserveerde bal de serveerder of de partner van de serveerder raakt, of iets wat de serveerder of de partner van de serveerder draagt of vasthoudt.

Geval 1: Nadat de serveerder de bal heeft opgegooid om te serveren, besluit hij deze niet te slaan en vangt hij hem in plaats daarvan op. Is dit een fout?
Beslissing: Nee. Een speler die de bal opgooit en dan beslist deze niet te slaan, mag de bal met zijn hand of het racket opvangen of mag de bal laten stuiten.

Geval 2: Tijdens een enkelspelwedstrijd gespeeld op een speelveld met netpalen en enkelspelpaaltjes, raakt de geserveerde bal een enkelspelpaaltje en daarna het goede servicevak. Is dit een fout?
Beslissing: Ja.

20 : TWEEDE SERVIVE.

Als de eerste service fout is, moet de serveerder opnieuw zonder oponthoud vanachter dezelfde kant van zijn speelhelft serveren als vanwaar de fout was geserveerd, tenzij de service vanaf de verkeerde kant was geslagen.

 VERVOLG

on 19 januari 2015